14 juli 2009 om 14u00
Charles Taylor: een vriend van de Amerikanen

Charles Taylor: een vriend van de Amerikanen
De gewezen Liberiaanse president Charles Taylor is het eerste gewezen staatshoofd dat moet verschijnen voor het Speciale Tribunaal voor Sierra Leone, dat zitting houdt in Den Haag.
Taylor wordt onder meer beklaagd van verkrachting, het inlijven van kindsoldaten, slavernij tot foltering en moord. Taylor pleit over de hele lijn onschuldig.
Het is minder goed geweten dat Taylor goed bevriend was met de Amerikaanse senator Jesse Jackson. Die was door president Bill Clinton uitgestuurd als speciaal gezant voor Afrika. Wayne Madsen kadert deze politiek in zijn boek 'Genocide and Covert Operations in Africa 1993-1999' in het streven van de Amerikanen om greep te krijgen op de grondstoffen van de regio. Dat gebeurde met de steun van bedrijven als Barrick, American Mineral Fields, Banro Resources, Bechtel , Tempelsman & Sons en Halliburton. Jackson was ook een van de architecten van het door de regering van Clinton gesteunde Lome-akkoord in juli 1999, waardoor de krijgsheer Foday Sankoh vice-president werd van Sierra Leone en zijn medestrijders van het Revolutionary United Front amnestie kregen.
In een interview, dat Trends in 1999 als een van de weinige buitenlandse media had met Taylor, gaf die laatste grif toe dat hij de Amerikanen beschouwde als zijn bondgenoten. "Als zelfs Europa voor zijn buitenlandse politiek een beroep doet op de alliantie met Amerika, hoe zou een klein landje als Liberia dan een andere koers kunnen varen," zei hij.
Liberia kende van 1990 tot 1997 een burgeroorlog, waarbij 35.000 strijders verantwoordelijk waren voor een kwart miljoen slachtoffers. Met de hulp van de voornamelijk uit Nigerianen bestaande troepen van de Economic Community of West African States (Ecowas) werd de vrede hersteld. Dat lukte met behulp van de huurlingenlegers van Executive Outcomes (Zuid-Afrikanen) en Sandline International (UK).
In 1997 werd Taylor met 75 procent van de stemmen verkozen tot president. "The man who spoiled it should fix it", zongen de kiezers tijdens de verkiezingscampagne. "He killed my ma, he killed my pa, I will vote for him."
Een gewapende vrede werd toen een feit. Heel wat lokale zakenlui bevestigden ons dat Taylor op dat moment de enige stabiele factor was. De krijgsheer liet ons verstaan dat hij met buitenlandse hulp zijn eigen leger trainde. We vernamen dat het ging om Britse privé-soldaten.
In hetzelfde interview, dat plaatsvond onder de controle van zwaar gewapende soldaten, ontkende Taylor trouwens dat hij militaire steun verstrekte aan de rebellen van het RUF. "Misschien waren er gewezen medestrijders actief in Sierra Leone," klonk het. "Maar die zogenaamde steun is louter speculatie. De strijdende partijen in Liberia hebben 90 procent van hun wapens ingeleverd aan de Ecowas-troepen. Waar zouden we het geld halen om de wapentrafieken naar Sierra Leone te financieren? We hebben amper middelen om ons eigen leger uit te rusten. Mag ik erop wijzen dat de RUF niet is uitgerust met kalashnikovs - onze wapens - maar met LAR -geweren, dezelfde als die van Ecowas. De rebellen gebruiken de opbrengsten van de in Sierra Leone gedolven diamanten voor de aankoop van wapens bij de Nigerianen. Hoe ik dat weet? Ik heb vroeger toch zélf dergelijke transacties gedaan met Ecowas-militairen."
Latere VN-rapporten ontkrachtten Taylors stelling dat hij het RUF niet steunde overigens. De president kreeg later asiel in Nigeria, nadat de onlusten terug aanwakkerden. Zijn vertrek was het begin van een periode van relatieve vrede.
H.B.
Taylor wordt onder meer beklaagd van verkrachting, het inlijven van kindsoldaten, slavernij tot foltering en moord. Taylor pleit over de hele lijn onschuldig.
Het is minder goed geweten dat Taylor goed bevriend was met de Amerikaanse senator Jesse Jackson. Die was door president Bill Clinton uitgestuurd als speciaal gezant voor Afrika. Wayne Madsen kadert deze politiek in zijn boek 'Genocide and Covert Operations in Africa 1993-1999' in het streven van de Amerikanen om greep te krijgen op de grondstoffen van de regio. Dat gebeurde met de steun van bedrijven als Barrick, American Mineral Fields, Banro Resources, Bechtel , Tempelsman & Sons en Halliburton. Jackson was ook een van de architecten van het door de regering van Clinton gesteunde Lome-akkoord in juli 1999, waardoor de krijgsheer Foday Sankoh vice-president werd van Sierra Leone en zijn medestrijders van het Revolutionary United Front amnestie kregen.
In een interview, dat Trends in 1999 als een van de weinige buitenlandse media had met Taylor, gaf die laatste grif toe dat hij de Amerikanen beschouwde als zijn bondgenoten. "Als zelfs Europa voor zijn buitenlandse politiek een beroep doet op de alliantie met Amerika, hoe zou een klein landje als Liberia dan een andere koers kunnen varen," zei hij.
Liberia kende van 1990 tot 1997 een burgeroorlog, waarbij 35.000 strijders verantwoordelijk waren voor een kwart miljoen slachtoffers. Met de hulp van de voornamelijk uit Nigerianen bestaande troepen van de Economic Community of West African States (Ecowas) werd de vrede hersteld. Dat lukte met behulp van de huurlingenlegers van Executive Outcomes (Zuid-Afrikanen) en Sandline International (UK).
In 1997 werd Taylor met 75 procent van de stemmen verkozen tot president. "The man who spoiled it should fix it", zongen de kiezers tijdens de verkiezingscampagne. "He killed my ma, he killed my pa, I will vote for him."
Een gewapende vrede werd toen een feit. Heel wat lokale zakenlui bevestigden ons dat Taylor op dat moment de enige stabiele factor was. De krijgsheer liet ons verstaan dat hij met buitenlandse hulp zijn eigen leger trainde. We vernamen dat het ging om Britse privé-soldaten.
In hetzelfde interview, dat plaatsvond onder de controle van zwaar gewapende soldaten, ontkende Taylor trouwens dat hij militaire steun verstrekte aan de rebellen van het RUF. "Misschien waren er gewezen medestrijders actief in Sierra Leone," klonk het. "Maar die zogenaamde steun is louter speculatie. De strijdende partijen in Liberia hebben 90 procent van hun wapens ingeleverd aan de Ecowas-troepen. Waar zouden we het geld halen om de wapentrafieken naar Sierra Leone te financieren? We hebben amper middelen om ons eigen leger uit te rusten. Mag ik erop wijzen dat de RUF niet is uitgerust met kalashnikovs - onze wapens - maar met LAR -geweren, dezelfde als die van Ecowas. De rebellen gebruiken de opbrengsten van de in Sierra Leone gedolven diamanten voor de aankoop van wapens bij de Nigerianen. Hoe ik dat weet? Ik heb vroeger toch zélf dergelijke transacties gedaan met Ecowas-militairen."
Latere VN-rapporten ontkrachtten Taylors stelling dat hij het RUF niet steunde overigens. De president kreeg later asiel in Nigeria, nadat de onlusten terug aanwakkerden. Zijn vertrek was het begin van een periode van relatieve vrede.
H.B.
Reageer
Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.



